Drijfveren coachtraject

Wij merken dat er bij veel mensen vragen sluimeren die vaak niet zomaar te beantwoorden zijn. Een greep:

  • Doe ik wel wat ik werkelijk wil?
  • Mijn balans voelt niet goed, maar wat kan ik doen?
  • Past mijn baan nog wel bij me?
  • Er wringt iets maar ik weet eigenlijk niet precies wat
  • Ik heb het gevoel dat ik meer uit mezelf kan halen, maar ik weet niet hoe.

Wanneer jij merkt dat deze of vergelijkbare vragen sluimeren, dan is dit korte en laagdrempelige drijfveren coachtraject wellicht wat voor jou. het biedt structuur en verdieping in je denkproces en daarmee werkt het verhelderend. Het traject is individueel en zowel online als live te doen. En mocht je daarna toch behoefte hebben aan uitgebreider traject dan is het heel gemakkelijk het traject uit te breiden.

Coach-traject met inzicht in drijfveren als basis

Een drijfverentest waarin je drijfveren in kaart worden gebracht is de basis van het traject. Daaraan toegevoegd zit 3 uur coaching. Dit kan naar keuze zowel via beeldbellen als live in Baarn of Utrecht.

  • De start is een online intake van een half uur, waarin we samen met jou je vraag verkennen.
  • Vervolgens vul je thuis online een uitgebreide, wetenschappelijk gefundeerde drijfveren vragenlijst in. Een onderzoek naar je eigen drijfveren is bij uitstek een manier om te onderzoeken wat voor je zelf van binnenuit wil. Een gesprek hierover levert eigenlijk altijd interessante inzichten op. Volg ik bijvoorbeeld wel mijn drijfveren. En zo nee, waarom niet? Wat kun je doen om beter aan te sluiten bij je drijfveren: bij wat je van binnenuit wil. Beter zicht op je drijfveren geeft richting aan je toekomst.
  • In een live of online sessie bespreken we samen de resultaten en verkennen we de inzichten die dit oplevert.
  • In een tweede vervolg sessie vertalen we samen met jou de inzichten naar gewenste ontwikkelstappen en verkennen we wat je kunt doen om dit in gang te zetten. Mocht hierna vervolg-coaching wenselijk zijn, dan is dat uiteraard mogelijk.

De coach sessies kunnen zowel online (beeldbellen) als live in Baarn of Utrecht gevolgd worden.

Kosten: 540 (ex btw)

Verzuim aanpakken: hoe je dit zakelijk en toch warm kunt doen

Het verzuim in jouw organisatie loopt op. Er wordt in toenemende mate gesproken over de kosten hiervan en dat het echt de spuigaten uit loopt. De druk op jou als leidinggevende om dit probleem nu echt aan te pakken stijgt. Wat kun je nou wel en niet doen? En hoe ga je om met mensen die ernstig ziek zijn of die uitgevallen zijn met burnoutklachten. Die in schrijnende situaties verkeren of waarbij je juist voelt dat er iets niet klopt. Hoe zie jij verzuim? Als een gegeven: ziek is ziek? Of als iets waar jij als leidinggevende of als organisatie invloed op hebt? Als organisatie zijn er wel degelijk stappen die je kunt nemen die helpen het verzuim terug te dringen. Aandacht hebben voor verzuim helpt echt, zo blijkt in de praktijk.

Is verzuim beinvloedbaar?

Het is je wellicht opgevallen dat medewerkers met dezelfde klachten heel verschillend omgaan met verzuim. De een verzuimt niet of nauwelijks en de ander meldt zich heel gemakkelijk ziek. De ene medewerker wil zo snel mogelijk weer beginnen en de ander zet zoveel mogelijk de rem erop. Uiteraard is het van belang om mee te leven en begrip te tonen voor wat er speelt in het leven van mensen en het is daarnaast van belang dat je in je rol als leidinggevende blijft en de op het werk ontstane problemen bespreekbaar maakt en oplost. Dus: je wilt de zakelijke kant van verzuim aanpakken en toch de relatie met je medewerkers goed houden. Kan dat überhaupt? Nou en of! Met deze 4 stappen blijft verzuim binnen de perken.

Stap 1. Erken dat je als organisatie invloed hebt op verzuim

Een belangrijk uitgangspunt is om te realiseren dat bij verzuim zowel werk gerelateerde als individuele factoren kunnen meespelen. Uit veel onderzoek blijkt dat bijvoorbeeld een goede relatie met de leidinggevende zowel uitval kan voorkomen als een snellere terug na uitval bevordert. Er zijn allerlei factoren die mee kunnen spelen zoals, werkdruk, regelruimte, verstoringen in de werk-privé balans, passendheid van de functie of conflicten op het werk. Juist op deze aspecten kun je als werkgever een rol spelen. Verzuim is heel vervelend voor de medewerker zelf maar ook voor de organisatie of het team waarin hij of zij werkt. Oog voor beide perspectieven is noodzakelijk om op een respectvolle manier het probleem op te lossen. Je neemt de verzuimer hiermee serieus in zijn ziekte, maar ook in zijn werknemer schap.

Stap 2: Verzuimbeleid, protocol en cijfers

Zorg voor zorgvuldig opgesteld verzuimbeleid en verzuimprotocol. Het is belangrijk dat hierin de visie helder verwoord staat, dat de rollen en verwachting van alle betrokken glashelder zijn en dat het eigenaarschap voor verzuim op de juiste plek ligt. Alleen dan kun je toetsen of dat wat je afgesproken hebt ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd door de betrokkenen. Naast beleid en protocollen is ook van belang een goede set aan verzuimcijfers te genereren. Overkoepelende voortschrijdende cijfers maar ook onderverdeeld naar afdelingen of onderdelen. Dat biedt veel handvatten voor oplossingsrichtingen. Verzuimcijfers kunnen bijvoorbeeld een indicatie zijn van dat er ergens in uw organisatie niet goed gaat, bv in sfeer of samenwerking. In dat geval is ingrijpen op organisatieniveau een oplossingsrichting.

Stap 3: Breng verzuim in beeld

In de lopende dossiers kun je zien hoe het gesteld is met regievoering, of de stappen vanuit de Wet Verbetering Poortwachter worden gevolgd en er dus risico op sancties is vanuit het UWV en of er risico bestaat op instroom in de WIA. Gaat het om processtappen die onvoldoende duidelijk zijn of die niet worden uitgevoerd? Gaat het om actie vanuit de leidinggevende? Zijn de adviezen van de bedrijfsarts in lijn met de gekozen visie en toepasbaar? Worden er adviesvragen gesteld door casemanagers? Dat is allemaal te zien in de dossiers. Als je hier zicht op hebt weet je ook welke stappen nodig zijn om het verzuim te beïnvloeden

 Stap 4: Warme zakelijkheid

Zorg dat leidinggevenden vaardig zijn in het voeren van het ‘warm-zakelijke’ gesprek. Dit betekent dat er geen sprake is van discussie over de ziekte of reden van het verzuim, maar dat in een goed gesprek gezocht kan worden naar de beste aanpak. Dit vraagt om benoemen hoe het is, kennis van wettelijke kaders en samen zoeken naar oplossingen die recht doen aan de situatie. In de praktijk zien wij dat het voor leidinggevenden lastig kan zijn om niet in 1 stijl te schieten: met alleen de nadruk op de zakelijke lijn of juist de andere kant: onbegrensd meebewegen. De kunst is om hierin het midden te vinden. Empathisch, rustig en met oog voor reële grenzen. Wij kunnen leidinggevenden hierin trainen.

Het opzetten van goed verzuimbeleid en aanpak in uw organisatie kan nog best en lastige klus zijn. Wij kunnen u helpen met het opzetten van verzuimbeleid. Neem gerust contact met ons op voor een belafspraak.

door Saskia Looijen

Nieuwe routines zijn nodig bij thuiswerken

Sinds de corona tijd is het thuiswerken gebleven. Met name in grote bedrijven met werk dat achter de computer thuis gedaan kan worden, wordt blijvend thuis gewerkt. Soms zijn er dan 1 of 2 dagen op kantoor in de week, maar soms ook maar 1 in de maand. Dit thuis werken vergt weer andere routines om niet mentaal vermoeid te raken. Ik hoor veel geluiden van mensen die merken dat ze nu mentaal vermoeid zijn na een dag lang schermwerk en videobellen.

Dit is niet zo gek. Normaal gesproken zat er veel afwisseling in het werk. Beeldschermwerk werd afgewisseld met vergaderingen, 1 op 1 gesprekken, telefoontjes, loopjes en kleine gesprekjes bij het koffieautomaat. En niet onbelangrijk: er was reistijd van en naar werk.

Multi-taskend thuiswerken
Nu zijn mensen soms de hele dag aan het videobellen. Ook vergaderingen gaan via video-call. Als het even niet interessant is, kun je ondertussen iets anders doen. Je bent dus aan het multi-tasken. Daarbij is er een neiging om bij video-bellen omhoog te gaan in energie en ademhaling en je helemaal te richten op die ander in het scherm. Je blijft dan minder bij jezelf, dus sneller vermoeid.

Geen reistijd
Als de werkdag klaar is, zit je direct weer in de thuissituatie., want er is geen reistijd meer waarin je een beetje kon afbouwen en tot jezelf kon komen.

Andere en nieuwe routines zijn nodig
Daarom is het goed om in te grijpen en in deze thuissituatie andere routines aan te leren. Bijvoorbeeld:

  1. Tussen twee calls in jezelf aanleren even op te staan, te bewegen, even iets anders te doen. Plan altijd een kleine pauze.
  2. Verzin een alternatief voor het tussendoor even informeel kletsen.
  3. Als je in een videogesprek zit; let goed op je houding. Laat je niet teveel in het scherm zuigen, maar ga steeds bewust een beetje naar achteren zitten. Zorg voor een ontspannen houding en let op je ademhaling.
  4. Concentreer je op één taak tegelijk.
  5. Verzin een andere routine voor de overgang tussen einde werk en start gezin, door bijvoorbeeld even buiten te lopen of iets anders buiten te doen wat voor jou helpt.
  6. Bedenk een voor jou helpende manier om sociale contacten op het werk en je betrokkenheid te houden.

Heb jij zelf een nieuwe helpende routine? Laat het me weten!

Je eigen stressreacties liefdevol benaderen

Af en toe stress ervaren is heel normaal. Zolang stress afgewisseld wordt met momenten  van ontspanning,  bijvoorbeeld door rust te nemen, iets leuks te doen of te bewegen herstel je ook weer. Problematischer wordt het pas wanneer je merkt dat stress aanhoudt en het je niet meer (gemakkelijk) lukt te ontspannen. Dit zou voor iedereen een belangrijk signaal moeten zijn! Wat ik vaak merk bij mensen die aanhoudend stress ervaren is dat ze geneigd zijn signalen te negeren en door te zetten. Het tegenovergestelde is dan juist nodig. Met je aandacht er naar toe en onderzoeken wat er is en wat er nodig is.

Hoe stress op ons lichaam werkt

Wanneer je stress ervaart, worden in je lichaam (onbewust) overlevingsreacties – zoals vechten, vluchten en bevriezen – in werking gezet. Dit kun je merken doordat je je bijvoorbeeld beklemd voelt en niet goed in beweging kan komen (bevriezen). Of dat je juist vanuit onrust gejaagd, en mogelijk ondoordacht en ongericht allerlei acties gaat ondernemen (variant van vechten). Gekoppeld aan dit soort mechanismen treden allerlei fysiologische reacties op, zoals verhoogde hartslag, ademhaling, aanspanning en verkramping van de spieren. Dit soort fysieke reacties kunnen langere tijd in je lichaam aanhouden. Een ander gevolg is dat deze reacties ook invloed hebben op je denkvermogen. Juist het vermogen om helder, realistisch en creatief te denken vermindert dan. Weet dat het (mindful) accepteren daarvan, het meer bewuster worden van je eigen reacties, al meer ruimte kan geven. Een veel gemaakte fout is dat we de stressreactie juist willen negeren of weg krijgen. Dat we boos worden op onszelf dat het niet lukt om iets aan te pakken. Gevolg daarvan is juist dat de spanning toeneemt!

Het accepteren en onderzoeken van je stressreacties

Juist door een stressreactie te accepteren en die liefdevol en ondersteunend te onderzoeken, kun je jezelf helpen kalmeren. Naast het kalmeren van jezelf geeft het inzicht. Het maakt het helderder waar je je precies zorgen over maakt, wat het element is wat je raakt en waar je behoefte aan hebt. De combinatie van kalmeren en beter snappen geeft gevoelsmatig weer ruimte. En, belangrijk: je kunt weer helderder en realistischer denken.

Oefening 
Een oefening die ik vaak toepas bij cliënten en die ik zelf ook regelmatig doe:

  • Sta stil bij je eigen stressreactie. Wat voel je in je lichaam? Neem de tijd om hier rustig bij stil te staan. Adem juist naar de plek van de spanning of onrust toe. Voel wat dit doet.
  • Steeds als er gedachten komen: ga weer terug naar die plek in je lichaam.
  • Check eens in je lichaam wat er eigenlijk gebeurt. Is het een bevriezing? Vuchtreactie? Neiging tot vechten (te hoge mate van gejaagde actie)? Dit kan je onderzoeken door bepaalde spanning (bijvoorbeeld aanspanning van schouders) eens uit te vergroten. Wat doet je lichaam dan eigenlijk?
  • Blijf stilstaan bij wat er gebeurt. Adem er als het ware rustig naartoe. Voel wat er verandert in je lichaam. Mogelijk komt er al iets meer ontspanning en laat de stressreactie al wat los. Blijf er naartoe ademen.
  • Stel jezelf de vraag wat het is wat je vooral raakt, of zorgen baart. Welle gedachten of gevoelens komen op? Komt er een voor jou bekende overtuiging, angst of gevoel op? Kijk of er vanzelf iets opkomt en laat het anders gaan (het is niet de bedoeling dat je hierover teveel gaat denken of piekeren). Als er wel iets duidelijks opkomt: schrijf het even op en toets het na deze oefening op realisme.
  • Blijf rustig doorademen, juist naar de spanning en onrust toe. Voel wat dit doet. Volg je ademhaling en volg de eventuele toegenomen ontspanning ook weer met je aandacht.
  • Voel wat je behoefte is. Wat heb je nodig om je weer wat beter te voelen?

Door deze oefening te doen zul je merken dat de mate van spanning die je ervaart afneemt.  Juist door er met je aandacht naar toe te gaan wordt vanzelf je ademhaling rustiger en voel je al meer ontspanning. Vanuit meer ontspanning weten we beter wat we kunnen doen en wat we nodig hebben.  En, het helpt ons ook rustiger en effectiever op allerlei situaties te reageren.

 

Begeleiding bij burnout: Helpt dat?

Mensen vragen mij weleens of begeleiding na burn-out helpt, wat je dan doet en wat daar dan de toegevoegde waarde van is. Is alleen uitrusten niet voldoende?

Uitrusten is inderdaad voldoende wanneer er sprake is van een tijdelijke overspanning. In dat geval is er  door omstandigheden teveel op je af gekomen. Het is dan heel goed mogelijk dat het nemen van rust voldoende is om te herstellen. In die gevallen is begeleiding niet nodig. Wanneer er echter sprake is van een burn-out, dan gaat het over een veel grotere uitputting, waarbij de aanloop vaak al jarenlang gaande is.

Kenmerken van een burn-out zijn de totale uitputting, het lege gevoel, gevoel van afstand voelen tot je werk en het gevoel ook het werk niet meer goed aan te kunnen. Redenen waarom begeleiding dan zinvol is:

  • De fysieke ontregeling bij een burn-out is veel groter en dat vraagt om een goed afgestemd opbouw- en herstelprogramma.
  • De werk-context kan mede van invloed zijn, wat mogelijk vraagt om aanpassingen.
  • Bij een burn-out spelen vaak ook persoonlijke patronen een rol. Deze moeten worden doorbroken om goed en blijvend te herstellen.

Hoe werkt dat met burn-out?

Hoewel onze eerste associatie met moeheid vaak is dat het te maken heeft met de hoeveelheid werk die we doen, is dit soort moeheid ingewikkelder. Meer dan de hoeveelheid werk zijn er allerlei factoren die van invloed zijn op onze energie. Zo maakt het voor je energie bijvoorbeeld enorm veel uit of je iets vrijwillig doet of niet. Of je je ontspannen en gesteund voelt of niet. Of je het gevoel hebt dat je een zinvolle bijdrage levert of dat je emotioneel afgehaakt bent. Of dat je continu spanning ervaart in alles wat je doet. En ga zo maar door. In ons werk komen wij verschillende patronen tegen.

Persoonlijke patronen die zorgen voor burn-out – Een greep uit onze praktijk

  • Werken vanuit onzekerheid/perfectionisme. Onderliggend het gevoel hebben niet goed genoeg te zijn. Te lang detaillistisch doorgaan met taken. Te lang twijfelen met afronden. Steeds gespannen zijn wat anderen ervan vinden. Hierdoor kost alles wat je doet continu veel energie.
  • Onvermogen om grenzen te stellen, aan te geven dat er teveel op je bordje ligt. Eventueel gepaard gaan met het onvermogen om hulp te vragen. Het gevoel hebben alles alleen op te moeten lossen.
  • Vanuit enthousiasme, passie of inspiratie heel veel op je nemen. Op een grenzeloze manier nergens nee op zeggen. Hoe leuk alles ook is. Ook hierbij is er een grens wat iemand aankan.
  • Vanuit overmatige zorg veel problemen van anderen op je nemen. Het je emotioneel aantrekken. Je voelt je vaak overmatig verantwoordelijk. Er rust veel last op je schouders.
  • Werk doen wat niet (meer) bij je past. Afhankelijk van de reden dat het niet past, heeft dit allerlei effecten op je energie. Van op je tenen lopen tot je juist futloos en ongeïnspireerd voelen. Of wat dacht je van de energie die het kost om innerlijk steeds verzet te voelen bij alles wat je doet?
  • Vanuit ambitie en dadendrang geen contact meer hebben met andere behoeften van jezelf. Na iedere nieuwe studie of behaald doel, weer een nieuwe stellen. Het kan immers altijd beter! Geen balans kunnen aanbrengen.
  • Onvermogen te kunnen ontspannen (ook in rust en plezierige activiteiten). Veel werk aan kunnen lukt alleen als er voldoende ontspanning en herstel tegenover staat. Er zijn mensen die het ook in rust niet lukt (om diverse redenen) om fysiek te ontspannen.
  • Door onderliggende trauma(s) een lage stressbestendigheid hebben. Wanneer dit het geval is, word je per definitie door allerlei zaken sneller getriggerd en is de mate van stress die je aankunt minder.

Hoe kun je die patronen doorbreken?

Wanneer dergelijke patronen een rol spelen, lukt het vaak niet om dat zelf te doorbreken. Begeleiding is dan nodig en nuttig om hier inzicht en te krijgen en het patroon vervolgens te doorbreken.

In de eerste fase van begeleiding van burn-out kijken wij vooral wat nodig is om van de fysieke ontregeling te herstellen. Een gezonde opbouw (balans tussen ontspanning en activatie en andere leefstijl adviezen) is dan erg belangrijk. Ook zie ik vaak dat acceptatie in deze fase aan de orde komt. Veel mensen vinden het moeilijk te accepteren dat ze even niets meer kunnen. Terwijl juist acceptatie nodig is om te ontspannen en daarmee ook fysiek te kunnen herstellen.

In de tweede fase komt dan het inzicht en doorbreken van het burn-outpatroon aan de orde. Dit vraagt tijd om het te verkennen, te doorvoelen en een omslag te maken naar een andere manier van zijn. Naast deze persoonlijke omslag kijken we ook naar de werkgerelateerde factoren die een rol spelen en naar wat nodig is om te komen tot een duurzame nieuwe balans.

Van burn-out naar persoonlijke groei

Het komen tot een omslag is vaak het lastigste onderdeel, maar ook het onderdeel dat mensen het meeste oplevert! Uiteindelijk is een burn-outtraject vaak een traject van persoonlijke groei. Het is een kans om patronen te doorbreken en weer met meer balans en plezier in je werk en leven te staan.

Herken jij jezelf in 1 van deze patronen en wil je weten of wij iets voor je kunnen betekenen?

Neem gerust contact met ons op om je vraag te bespreken.

Hoe werkt de combinatie van coach en psycholoog zijn?

Afgelopen najaar ben ik geïnterviewd door HP/De Tijd. De vraag was wat ik zag als toegevoegde waarde van coach en psycholoog zijn (Iedereen coach. Artikel HP de tijd waarin Marina is geïnterviewd over verschil psycholoog en coach). Dit was de aanleiding voor mij om eens na te denken over wat ik en mijn collega’s nu eigenlijk doen. Wat is dan het verschil tussen coaching en psychologische begeleiding? En hoe zie ik mezelf in dit opzicht?

Goede vraag

Ik merkte dat de journalist die mij interviewde een heel duidelijk onderscheid maakte tussen mijn rol als coach in mijn eigen praktijk en mijn rol als arbeidspsycholoog binnen Arbeidspsychologen Midden Nederland.  Interessant, want zelf maak ik dit onderscheid niet zo. Vanuit welke rol ik ook werk; ik zet datgene in waarvan ik op dat moment denk dat het nodig is. De ene keer kan dat meer coachend zijn en de andere keer meer therapeutisch. De keus hierin wordt bepaald door mijn inschatting op welk niveau een coachvraag vastzit. Zo kan het nodig zijn om eenzelfde coachvraag – laten we als voorbeeld een balansvraag nemen – bij verschillende mensen op een ander niveau aan te pakken.

Coaching

Bij coaching intervenieer ik op de laag van inzicht, kennis en zelfreflectie. Door het doorvragen leert mijn cliënt meer over zichzelf. Hij of zij wordt zich bewust van bepaalde patronen en kan zich vandaaruit voornemen dingen anders te gaan doen. Of ik geef als coach tips en adviezen waar mijn cliënt mee aan de slag kan. Zo coach ik een HR-manager met een balans vraag die eens in de zoveel tijd met mij spart. Deze gesprekken hebben als functie om stil te staan bij haarzelf en om op die manier tot ideeën te komen hoe zij meer balans in haar leven kan aanbrengen.  In haar geval o.a. door meer te leren delegeren.  Bij haar zet ik een coachende stijl in. De toetssteen is eenvoudig: lukt het iemand om inzichten ook om te zetten in ander gedrag? Wanneer dat niet zo is, heb ik dus een andere laag aan te boren. Overigens vallen veel van de arbeidsgerelateerde onderdelen – zoals loopbaan- of burnoutvragen, met ook een werk gerelateerd aspect – onder het coachende gedeelte van ons werk.

Psychologische en psychotherapeutische interventies

Het lukt niet iedereen om inzichten en adviezen zelf om te zetten naar ander gedrag. Kennelijk zit er dan dus meer in de weg en is het nodig om de belemmering te onderzoeken. Ook dat kan weer op verschillende lagen zitten. Je kunt bijvoorbeeld ingaan op de mentale laag: welke cognities/overtuigingen zitten in de weg? Of welk deel van jezelf is meer of minder ontwikkeld? Zo ontdekte een klantmanager die ik hielp met een balansvraag, dat hij geen nee kon zeggen tegen een vraag van zijn baas (terwijl hij al overvol zat), omdat hij de overtuiging had dat hij dan faalde. Door dit inzicht en het kunnen zien dat deze overtuiging niet klopte, was hij in staat wel vaker nee te zeggen.

(Ontwikkelings)trauma

Soms blijkt echter dat ook het aanboren van deze laag niet voldoende is. Zo begeleidde ik een beleidsmedewerkster die ook geen nee kon zeggen tegen haar leidinggevende, maar waarbij inzicht alleen niet voldoende was. De stress die een gesprek met haar leidinggevende opleverde was overspoelend en voor haar niet te hanteren. Bij haar bleek dat te komen door onderliggend trauma. In deze begeleiding was het dus nodig om ook op deze laag aan te grijpen door met traumaverwerkingstechnieken te werken. Daarna lukte het haar wel om vaker nee te zeggen.

Interveniëren op verschillende niveaus

Zo kan het dus zijn dat wij eenzelfde type vraag van een cliënt op verschillende niveaus aanpakken, wat ook nog eens per sessie kan verschillen. Maar op welke laag je ook werkt, het is denk is vooral belangrijk dat je blijft inschatten op welke laag een interventie nodig is. Dat je doorverwijst wanneer jijzelf die laag niet kunt aanspreken. Zo kunnen wij bijvoorbeeld bij stoornissen en psychiatrie wel diagnostiek doen en arbeids-gerelateerde adviezen geven, maar verwijzen wij voor behandeling altijd door.

Zelf ben ik blij dat ik, en mijn collega’s, op verschillende niveaus kunnen interveniëren. Het maakt je repertoire ruimer. En persoonlijk houd ik van de afwisseling!