Help, ik heb geen passie!

Het hebben van een passie lijkt tegenwoordig wel een must voor je loopbaan. Het is een aanlokkelijk beeld: weg uit die voorspelde, saaie baan, waar je misschien wel financiële zekerheid door hebt, maar waar je ook niet meer echt gelukkig van wordt. Doen wat je werkelijk wil! Van je hobby je werk maken. Ik geef toe. Dit soort verhalen zijn ook het summum in loopbaanland. Wie wil dat nou niet? Je droom volgen. Een B&B beginnen in Frankrijk. Stoppen met je baan als marketingmanager en edelsmid worden, omdat je dit van kinds af aan al leuk vond.

De verborgen schat

Hoewel ik het idee om te volgen wat je van binnenuit wil van harte kan ondersteunen, merk ik ook een keerzijde van de nadruk op dit type succesverhalen. Als een bijproduct van deze verhalen in bladen en programma’s op tv lijkt de gedachte te hebben postgevat dat iedereen zo’n duidelijk vastomlijnde passie heeft. En als je die niet hebt, dan moet je hem nog ontdekken. Als een soort nog verborgen schat zit ergens diep van binnen een onontdekte passie. Nu alleen nog graven en die passie zien te vinden! Ik merk steeds meer dat dit onbewuste beeld de manier waarop mensen naar loopbaanontwikkeling kijken beïnvloedt.

En wat als je niet weet wat je wil?

Het nadeel van de verborgen schat gedachte is dat voor een groot deel van de mensen geldt dat ze niet 1 duidelijk vastomlijnde passie hebben. Ook niet verstopt ergens diep van binnen. En dan werkt het beeld van de nog onontdekte schat belemmerend. Nog los van de frustratie en teleurstelling over het niet hebben van die ene duidelijke passie, belemmert het ook om in beweging te komen. Zolang je niet weet wat je echt wilt, kun je ook niets doen is de gedachte dan. In plaats van het beeld van de verborgen schat diep in je binnenste zou ik daarom een ander beeld willen neerzetten. In dit beeld is het beter leren kennen van je drijfveren een wegwijzer bij het maken van loopbaanstappen. Loopbaanontwikkeling zie ik dan als de mogelijkheid om  stap voor stap een baan te vinden die dichter bij je drijfveren ligt. 

De wegwijzer

Ik geef toe dat het wegwijzer beeld minder romantisch is dan de verborgen schat gedachte. Maar wel realistischer en toch niet saai, vind ik persoonlijk. In dit wegwijzer beeld zitten namelijk twee belangrijke aspecten: drijfveren en het stap voor stap aspect. De term drijfveren sluit aan bij wat je van binnenuit wil. Waar je blij van wordt, waar je energie van krijgt en wat jij van waarde vindt. Door dit in abstractere termen in kaart te brengen (zonder er direct een eenduidig beroep aan te hangen) kom je tot een beschrijving van een aantal essentiële elementen waaraan een ideale functie voor jou zou moeten voldoen. Het stap voor stap element geeft aan dat je niet in 1 keer je droombaan hoeft vinden, maar dat je daar in stappen dichterbij kan komen.

Drijfverenprofiel

Een abstractere omschrijving van een richting in drijfverentermen is bijvoorbeeld die van Mariska. Zij zat in een commerciële functie en voelde dat ze daar niet meer gelukkig in was. Na een uitgebreid persoonlijk zelfonderzoek beschreef ze haar drijfverenprofiel als: verbinding met mensen, dienstverlening, duidelijkheid en structuur en praktisch bezig zijn. Deze beschrijving is weliswaar niet een duidelijk vastomlijnde passie of een eenduidig beroep, maar geeft wel richting en ruimte. Wat daar als volgende stap op volgt is een fase van een meer intuïtieve verkenning in combinatie met de toetsing op haalbaarheid. Pas door in beweging te komen en te verkennen ga je ook voelen welke keuze een goede volgende stap is. Zo kwam Mariska na een verkenning van verschillende (bij haar drijfverenprofiel passende) opties uit op doktersassistente. Iets wat zij vooraf nooit bedacht zou hebben.

Dichter bij jezelf

Soms kan uit deze verkenning een verassende stap komen, zoals de stap van Mariska. Soms kunnen stappen ook kleiner zijn. Dat bijvoorbeeld blijkt dat je vooral meer duidelijkheid en structuur nodig hebt. Of dat je iets meer creativiteit in je werk wil. Of dat vooral de sfeer voor jou belangrijk is. Een stap in dezelfde richting, maar meer passend bij een belangrijke drijfveer kan al meer gevoel van ontspanning, plezier en geluk geven.

Ook op deze meer geleidelijke zoektocht kom je dus stap voor stap steeds dichter bij jezelf.

Iedereen coach. Artikel HP de tijd waarin Marina is geïnterviewd over verschil psycholoog en coach

Van stress- tot opruimcoach: het aantal coaches is de afgelopen jaren explosief gestegen. Waar komt die groei vandaan? Wat voor gevaren kleven eraan? En hoe bepaal je of iemand geschikt is? ‘Zelfs een opruimcoach kan meer kapotmaken dan je lief is.’

Lees hier een artikel in  HP DE TIJD.

De window of tolerance: handvat bij het voorkomen van chonische stress en burnout

In de begeleiding van mensen met stress en burnoutklachten merk ik dat uitleg over de ‘window of tolerance’ verhelderend is. Kennis hierover geeft een duidelijk handvat bij herstellen van stress, maar ook bij het voorkomen van chronische stressklachten zoals overspanning en burn-out. Lees meer

De window of tolerance als handvat bij herstel van stress en burnout

In mijn vorige blog heb ik iets verteld over de window of tolerance (lees voor de basis dit vorige blog). Maar hoe zit het als de stressklachten al lang aanhouden. Of als je al in een burnout zit? Hoe zit het dan met herstel?

Ineens gaat het niet meer

Als (innerlijke) stress langdurig aanhoudt en het lichaam krijgt geen ruimte voor herstel, dan is het mogelijk dat je lichaam niet meer kan terugschakelen naar herstelmodus. Het blijft dan in een overlevingsstand draaien. Zelfs al doe je niets. Klassiek bij de aanvang van een burnout is dat iemand vaak eerst een lange periode in hyper arousal zit. Op een dag gaat het ineens niet meer. Iemand schiet dan vaak in één klap van hyper naar hypo aroused. “Ik stond onder de douche en ineens voelde ik dat ik niet meer kon”. Vaak begint een burnout op dergelijke wijze.

Daar zit je dan. Ineens slaat de moeheid toe. Je kunt bijna niets meer en alles voelt zwaar. Mensen beschrijven ook vaak dat het niet als een gewone (gezonde) moeheid voelt. Dat komt omdat het een moeheid is die hoort bij de hypo staat. Een staat waarin je je dus moe en lusteloos voelt. Ergens ben je niet helemaal aanwezig. Alsof het licht uit is gegaan. Alsof je niet helemaal ‘aan’ staat. Iemand in deze staat ontspant ook niet echt. Dit is het verraderlijke van de hypo staat. Het lijkt op ontspannen, maar dat is het niet! Dit is één van de redenen dat mensen met zware burnout klachten uiteraard wel rust moeten nemen, maar niet van alleen rust nemen herstellen.

Hoe kom je dan weer terug in de ‘window of tolerance: de zone waarin je wel herstelt

In deze fase is het heel belangrijk om een opbouw te doen waarbij de balans tussen activatie en ontspanning voor jou optimaal is en je geleidelijk je belasting opbouwt. Een bekend fenomeen in de herstelfase van burnout is dat mensen heen en weer gaan tussen hyper en hypo. Dus je even goed voelen en dan direct teveel doen om vervolgens weer inzakken. Belangrijk is om dit soort schommelingen zo veel mogelijk te voorkomen.

De schakelfunctie tussen inspanning en herstel weer activeren 

Doordat het lichaam in een aanhoudende stressstand is gekomen werkt de schakelfunctie tussen inspanning en herstel niet meer goed. Bij gezonde mensen schakelt het lichaam na inspanning terug naar een herstelstand (lagere hartslag, diepere ademhaling e.d.). Bij een burnout werkt deze schakelfunctie tussen inspanning en herstel vaak niet meer goed. Ook al zit iemand op de bank het motortje (zoals hartslag en ademhaling) blijft dan op hoge toeren draaien. Dit verklaart ook vaak de aanhoudende moeheid en het langzame herstel. Om deze reden werken wij met de Energy Control Methode (ECM) (doorlink). Dit is een methodiek waarbij we met een fietsmeting de conditie, maar belangrijker nog: het herstelvermogen van iemand kunnen meten. Vervolgens leren mensen om door ademhalingsoefeningen in combinatie met inspanning sneller in de herstelmodus te komen. Hierdoor wordt de schakelfunctie tussen inspanning en herstel geleidelijk aan weer geactiveerd.

Lichaamsgerichte oefeningen

Iets anders wat je kunt doen is lichaamsgerichte oefeningen. Er zijn verschillende oefeningen die je kunnen helpen om weer in de window, dus in ontspannen staat te komen. Mindfulness is bijvoorbeeld een belangrijke basisvaardigheid om te voelen hoe je in je lichaam zit en met je bewustzijn aanwezig te zijn in het hier en nu. Je leert je lichaams- signalen waar te nemen en fysiek te ontspannen. Minder bekend is het dat er ook oefeningen zijn die je kunt doen om uit te hypo staat te komen. Dit soort oefeningen zijn minder bekend omdat de meeste oefeningen zich concentreren op het van hoge spanning naar ontspanning te gaan. Deze oefeningen werken echter niet als je juist al onderspannen (hypo staat) bent. De noodzaak om uit onderspanning te komen wordt vaak over het hoofd gezien omdat deze staat ogenschijnlijk op ontspanning lijkt. Oefeningen die dan helpen zijn juist oefeningen om weer energie op te wekken in je lichaam. Hier zijn vrij simpele oefeningen voor. Ik kan er nog steeds verbaasd over zijn dat iemand met onderspanning (ook depressieve klachten zijn trouwens een vorm van onderspanning) na een een dergelijke simpele oefening ineens kan zeggen: O ja nu voel ik me ontspannen. Terwijl het al al ontspannen uitzag van buitenaf.

Tot slot: In een burnout zitten is meestal frustrerend en duurt vaak langer dan je zou willen. Houd je dan vast aan de gedachte dat de meeste mensen achteraf aangeven er veel van geleerd te hebben. Het is een kans om weer na te denken over hoe jij je leven zou willen vormgeven. Wat wil je laten gaan en wat wil je in de toekomst anders doen? Dit maakt dat het ook een positieve levensverandering kan zijn.